Psittacula eupatria: het blue-parblue (Aqua) mysterie

Blauw, Parblue, Aqua, Turquoise: vier fenotypes, één genetische familie. Bij de Grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria) kennen wij drie blauwmutaties die samen deze kleurschakeringen verklaren. Maar hoe zit dat juist?

In dit artikel zetten wij op een rij wat wij in ons laboratorium tot op heden hebben bevestigd, en we introduceren de gerichte DNA-analyses (in de volksmond "split testen") waarmee u als kweker onderscheid kunt maken tussen deze mutaties.

Waarom testen wij niet op kleur, maar op genotype?

Twee vogels die er visueel identiek uitzien, kunnen genetisch volledig verschillend zijn. Bij NeorniLab testen wij daarom niet op de kleur, maar op de specifieke genotypische variatie (in de volksmond "mutatie") die de kleur veroorzaakt.

Bij sommige soorten, waaronder de Grote alexanderparkiet, bestaan meerdere onafhankelijke mutaties die naar hetzelfde fenotype kunnen leiden. Fenotypisch herkent u het verschil niet. Genotypisch wel.

Psittacula eupatria: el misterio del azul-parazul (Aqua)

Azul, azul parasol, aguamarina, turquesa: cuatro fenotipos, una familia genética. En la cotorra alejandrina mayor ( Psittacula eupatria ), conocemos tres mutaciones azules que, en conjunto, explican estas variaciones de color. Pero, ¿cómo funciona exactamente?

En este artículo, enumeramos lo que hemos confirmado en nuestro laboratorio hasta la fecha y presentamos los análisis de ADN dirigidos (conocidos comúnmente como "pruebas de división") que le permiten, como criador, distinguir entre estas mutaciones .

¿Por qué analizamos el genotipo en lugar del color?

Dos aves que parecen idénticas a simple vista pueden ser genéticamente completamente diferentes. Por lo tanto, en NeorniLab no analizamos el color, sino la variación genotípica específica (comúnmente denominada "mutación") que lo causa.

En algunas especies, como la cotorra alejandrina mayor, existen múltiples mutaciones independientes que pueden dar lugar al mismo fenotipo. Fenotípicamente, no se percibe la diferencia. Sin embargo, genotípicamente, sí.

Hoe blauw en groen ontstaan

Bij papegaaiachtigen (Psittaciformes) wordt psittacofulvine aangemaakt, een geel tot rood pigment dat in het verenkleed wordt afgezet. In combinatie met de blauwe structuurkleur van de veren (een natuurkundig effect, geen pigment) levert dat de klassieke groene wildkleur op: geel pigment over blauwe structuur = groen.

Een blauwmutatie veroorzaakt een stoornis in het enzym dat psittacofulvine aanmaakt. Wij onderscheiden daarbij twee types. Een volledige uitschakeling van het enzym, Total Psittacine Reduction (TPR), leidt tot het volledig wegvallen van het gele pigment en geeft een echte blauwmutatie. Een gedeeltelijke uitschakeling, Partial Psittacine Reduction (PPR), geeft tussenkleuren zoals Aqua of Turquoise, vaak Parblue genoemd. Hoe het eindresultaat eruitziet, hangt mee af van de natuurlijke wildtype-kleur, de aanwezigheid van eumelanine en de veerstructuur.

Een blauwe Grote alexanderparkiet is dus een vogel waarbij dit enzym volledig is uitgeschakeld (TPR).

Cómo se forman el azul y el verde

En los loros ( Psittaciformes ), se produce psitacofulvina, un pigmento de color amarillo a rojo que se deposita en el plumaje. En combinación con el color azul estructural de las plumas (un efecto físico, no un pigmento), esto da como resultado el clásico color verde silvestre: pigmento amarillo sobre estructura azul = verde.

Una mutación azul causa un trastorno en la enzima que produce psitacofulvina. Se distinguen dos tipos. La inactivación completa de la enzima, Reducción Total de Psittacina (RTP) , conlleva la pérdida total del pigmento amarillo y da como resultado una mutación azul verdadera. La inactivación parcial, Reducción Parcial de Psittacina (RPP) , produce colores intermedios como el aguamarina o el turquesa, a menudo denominados azul pardo. El aspecto del resultado final depende en parte del color natural del tipo silvestre, la presencia de eumelanina y la estructura de la pluma.

Por lo tanto, un loro de Alejandro azul es un ave en la que esta enzima está completamente desactivada (TPR).

Wat is blue3 en waarom veroorzaakt het aqua?

Blue3 is de mutatie die in de volksmond "Aqua" heet, en waar de meeste misverstanden over bestaan. Wij hebben blue3 ontdekt toen wij Grote alexanderparkieten met het parblue fenotype analyseerden, de vogels die kwekers in de volksmond "Aqua" of "Aquablauw" noemen.

Een terminologische voetnoot.

De term "Parblue" is een verzamelnaam voor alle blauwe tussenkleuren tussen groen en volledig blauw. Die term klopt dus over soorten heen, maar welke genetische variaties eronder vallen, verschilt wel per soort. Bij de edelpapegaai (Eclectus roratus) ontstaat het Parblue-fenotype bij vogels met het blue1/blue2 genotype. Bij de Grote alexanderparkiet ontstaat het Parblue-fenotype bij vogels met het blue2/blue3 genotype, en wordt in het dagelijks gebruik vaker de term "Aqua" gebruikt. De fenotypische term reist dus wel mee tussen soorten, de genetica doet dat niet.

De geanalyseerde vogels met parblue-fenotype bleken alleen blue2 te dragen. Er moest dus nog een tweede mutatie zijn die het bijna volledige wegvallen van psittacofulvine verklaarde. Zo kwamen wij bij blue3 uit.

Alle ingestuurde referenties zijn genetisch terug te voeren op één enkele combinatie: blue2/blue3, compound heterozygoot. Fenotypisch zien al deze vogels er identiek uit. De term "Aquablauw" reflecteert precies de onderliggende genetica: Aqua is alleen zichtbaar in combinatie met een blauwvariant. Kwekers gebruiken "Aqua" en "Aquablauw" vaak door elkaar voor exact dit genotype.

Wat extra nuance.

Blue3 is een recessieve mutatie die enkel tot uiting komt wanneer ze gecombineerd wordt met een andere mutatie op hetzelfde gen (blue1 of blue2). Twee kopieën blue3 alleen (blue3/blue3) geven vermoedelijk gewoon een groene vogel. Fenotypisch gezien wordt Aqua daarom vaak als "incompleet dominant" beschreven, omdat het tot uiting komt in combinatie met een andere Blauwvariant. Op de dominantieschaal van wildtype naar Blauw zit Aqua daar net boven. Beide framings kloppen: genetisch is blue3 recessief, fenotypisch gedraagt Aqua zich bij combinaties met andere Blauwvarianten als incompleet dominant.

¿Qué es el azul3 y por qué causa el color aguamarina?

Blue3 es la mutación comúnmente conocida como "Aqua", y sobre la cual existen la mayoría de los malentendidos. Descubrimos Blue3 mientras analizábamos loros Alexander con el fenotipo parblue, las aves que los criadores suelen llamar "Aqua" o "Aqua Blue".

Una nota a pie de página terminológica.

El término "parazul" es un nombre colectivo para todos los tonos azules intermedios entre el verde y el azul intenso. Por lo tanto, el término es preciso en todas las especies, pero las variaciones genéticas que lo componen difieren según la especie. En el loro eclectus (Eclectus roratus), el fenotipo parazul se presenta en aves con el genotipo azul1/azul2. En la cotorra de Alejandro mayor, el fenotipo parazul se presenta en aves con el genotipo azul2/azul3, y el término "aguamarina" se usa con más frecuencia en el lenguaje cotidiano. Así, el término fenotípico se utiliza entre especies, pero la genética no.

Las aves analizadas con el fenotipo parblue resultaron ser portadoras únicamente del gen blue2. Por lo tanto, debía existir una segunda mutación que explicara la ausencia casi total de psitacofulvina. Esto nos llevó al gen blue3.

Todas las referencias presentadas pueden rastrearse genéticamente hasta una única combinación: azul2/azul3 , heterocigoto compuesto. Fenotípicamente, todas estas aves son idénticas. El término "Azul Aguamarina" refleja con precisión la genética subyacente: el color aguamarina solo se observa en combinación con una variante azul. Los criadores suelen usar "Azul Aguamarina" y "Azul Aguamarina" indistintamente para referirse a este genotipo.

Algunos matices adicionales.

Blue3 es una mutación recesiva que solo se manifiesta cuando se combina con otra mutación en el mismo gen (blue1 o blue2). Dos copias de blue3 (blue3/blue3) presumiblemente producen un ave verde. Por lo tanto, fenotípicamente, Aqua se describe a menudo como "incompletamente dominante", porque se manifiesta en combinación con otra variante de Blue. En la escala de dominancia, desde el tipo silvestre hasta Blue, Aqua se sitúa justo por encima. Ambas descripciones son correctas: genéticamente, blue3 es recesivo; fenotípicamente, Aqua se comporta como incompletamente dominante cuando se combina con otras variantes de Blue.

Benieuwd welk DNA in uw bloedlijn aanwezig is?

Vraag een gerichte DNA-analyse aan en kom alles te weten over het DNA van uw vogel

¿Tienes curiosidad por saber qué ADN está presente en tu linaje?

Solicita un análisis de ADN específico y descubre todo sobre el ADN de tu ave.

Blue1/blue3: Turquoise? En blue3/blue3: Groen?

We hebben tot op heden één Grote alexanderparkiet getest die genotypisch blue1/blue3 bleek, en die visueel een meer Turquoise fenotype gaf. Eén observatie is nog geen bevestiging. Of dit patroon consistent terugkomt, moet bijkomend onderzoek aantonen.

Blue3/blue3 hebben we tot nu toe nog niet opgepikt. Ons huidige vermoeden is dat een homozygote blue3-vogel fenotypisch gewoon Groen oogt, wat zou verklaren waarom wij ze in onze databank niet terugvinden. Verder onderzoek moet dit bevestigen.

Hebt u een koppel waarvan beide ouders drager zijn van blue3?

Wij staan open om die lijnen verder in kaart te brengen. Stalen van dergelijke koppels en hun nakomelingen mag u kosteloos bij ons insturen.

Wat betekenen blue4 en blue5 bij de Grote alexanderparkiet?

De genetische variaties blue4 en blue5 hebben we tot nu toe niet opgepikt bij de Grote alexanderparkiet. Ze zijn wél vastgesteld bij de Halsbandparkiet (Psittacula krameri), waar ze waarschijnlijk oorspronkelijk ontstaan zijn en worden daar benoemt als de blue1 en blue2 mutaties.

Wanneer wij blue4 of blue5 aantreffen in een bloedlijn die als Grote alexanderparkiet wordt gehouden, is dat een genetisch signaal van hybridisatie. Dat kan in gevangenschap of in het wild zijn gebeurd. Meer daarover leest u in onze blogpost over soortzuiverheid tussen Psittacula eupatria en Psittacula krameri.

Azul1/azul3: ¿Turquesa? ¿Y azul3/azul3: Verde?

Hasta la fecha, hemos analizado un loro de Alexander que resultó ser genotípicamente azul1/azul3 y visualmente presentaba un fenotipo más turquesa. Una sola observación no constituye una confirmación. Se requiere investigación adicional para determinar si este patrón se repite de forma consistente.

Todavía no hemos detectado el genotipo Blue3/blue3. Nuestra sospecha actual es que un ave Blue3 homocigota presenta un fenotipo simplemente verde, lo que explicaría por qué no las encontramos en nuestra base de datos. Se necesita más investigación para confirmarlo.

¿Tienes alguna pareja en la que ambos padres sean portadores del gen azul3?

Estamos abiertos a seguir investigando esas líneas. Pueden enviarnos muestras de dichas parejas y su descendencia sin costo alguno.

¿Qué significan blue4 y blue5 en el Gran Loro de Alejandro?

Todavía no hemos detectado las variantes genéticas blue4 y blue5 en la cotorra alejandrina mayor. Sin embargo, sí se han identificado en la cotorra de collar ( Psittacula krameri ), donde probablemente se originaron, y allí se las conoce como las mutaciones blue1 y blue2.

Cuando encontramos los alelos azul4 o azul5 en una línea de sangre de loros Alexander criados en cautividad, esto indica hibridación genética. Esta hibridación puede haber ocurrido tanto en cautividad como en estado salvaje. Para más información, consulta nuestra entrada de blog sobre la pureza de especies entre Psittacula eupatria y Psittacula krameri.

Overerving: enkele voorbeelden van koppelingen

De blauwmutaties volgen een autosomaal recessief overervingspatroon. Een nakomeling moet twee kopieën van een mutatie erven (één van de vader, één van de moeder) om het fenotype tot uiting te brengen.

Enkele voorbeelden voor blue1, blue2 en blue3:

KoppelingNakomelingen
Split blue1 × split blue125% Blauw (blue1/blue1) · 50% split · 25% wildtype
Split blue1 × split blue225% Blauw (blue1/blue2) · 25% split blue1 · 25% split blue2 · 25% wildtype
Blue1/blue1 × split blue150% Blauw · 50% split
Blue1/blue1 × blue1/blue250% Blauw (blue1/blue1) · 50% Blauw (blue1/blue2)
Blue1/blue2 × blue1/blue225% Blauw (blue1/blue1) · 50% Blauw (blue1/blue2) · 25% Blauw (blue2/blue2)
Blue2/blue3 × blue2/blue3 (Aqua × Aqua)25% Blauw (blue2/blue2) · 50% Aqua (blue2/blue3) · 25% blue3/blue3 (?)

Herencia: algunos ejemplos de emparejamientos

Las mutaciones azules siguen un patrón de herencia autosómico recesivo. Un descendiente debe heredar dos copias de la mutación (una del padre y otra de la madre) para manifestar el fenotipo.

Algunos ejemplos para azul1, azul2 y azul3:

Embrague Descendiente
Azul dividido1 × azul dividido1 25% azul (azul1/azul1) · 50% dividido · 25% tipo salvaje
Azul dividido 1 × azul dividido 2 25 % azul (azul1/azul2) · 25 % azul1 dividido · 25 % azul2 dividido · 25 % tipo salvaje
Azul1/azul1 × azul1 dividido 50% Azul · 50% dividido
Azul1/azul1 × azul1/azul2 50% Azul (azul1/azul1) · 50% Azul (azul1/azul2)
Azul1/azul2 × azul1/azul2 25% Azul (azul1/azul1) · 50% Azul (azul1/azul2) · 25% Azul (azul2/azul2)
Azul2/azul3 × azul2/azul3 (Aqua × Aqua) 25% Azul (azul2/azul2) · 50% Aguamarina (azul2/azul3) · 25% azul3/azul3 (?)

Wat dit u als kweker oplevert

Een gerichte DNA-screening op blue1, blue2 en blue3 zet uw kweekplanning op stevige grond.

Concreet:

  • U test alleen wat relevant is voor uw bloedlijn. Geen overbodige analyses op mutaties die er niet inzitten.
  • U stelt koppels samen met een voorspelbaar resultaat. U weet vooraf welk percentage van de jongen welk fenotype zal hebben, in plaats van kweekseizoen na kweekseizoen te gokken. Dat bespaart tijd én onnodige splits in uw kweekhok.
  • U voorkomt inteelt. Door te weten welke vogels kans-split zijn voor een bepaalde mutatie, kunt u gericht uittelen tegen wildkleur-vogels. Zo houdt u genetische diversiteit in uw bloedlijn zonder de gewenste kleurvariëteiten te verliezen.
  • U geeft uw kopers zekerheid. Elke geteste vogel krijgt een uniek NeorniLab-certificaat dat u bij verkoop meegeeft. Kopers kunnen het certificaat bij aankoop verifiëren via onze certificaatchecker. Andersom kunt u zelf, bij de aankoop van een vogel, de genetische claim van de verkoper laten bevestigen.

Lo que esto le reporta a usted como agricultor

El análisis de ADN específico para los genes blue1, blue2 y blue3 sienta las bases sólidas para su plan de cría.

Específicamente:

  • Solo se analizan las pruebas relevantes para su linaje. No se realizan análisis innecesarios para detectar mutaciones inexistentes.
  • Al formar parejas, se obtiene un resultado predecible. Se sabe de antemano qué porcentaje de la descendencia tendrá cada fenotipo, en lugar de arriesgarse temporada tras temporada. Esto ahorra tiempo y evita divisiones innecesarias en el palomar de cría.
  • Se evita la endogamia. Al saber qué aves tienen una probabilidad dividida de presentar una mutación específica, se puede realizar una cría selectiva contra aves silvestres. De esta forma, se mantiene la diversidad genética en la línea de sangre sin perder las variedades de color deseadas.
  • Ofreces seguridad a tus compradores. Cada ave analizada recibe un certificado NeorniLab único que entregas al momento de la venta. Los compradores pueden verificar el certificado al momento de la compra mediante nuestro verificador de certificados. Asimismo, puedes verificar personalmente la información genética del vendedor al comprar un ave.

Benieuwd naar het DNA van uw vogel?

Contacteer ons!

¿Tienes curiosidad por conocer el ADN de tu ave?

¡Contáctanos!